Overzicht houden over de kleine beloftes aan collega's tussendoor

Landschapsillustratie

Tussen twee deuren zeggen we veel: ik stuur het je straks door, ik kijk er morgen naar, ik bel hem nog even. Het zijn kleine beloftes, gedaan zonder er veel bij na te denken. Maar ze tellen. Wie ze nakomt, wordt een betrouwbare collega, en wie ze vergeet, krijgt vroeg of laat de vraag of hij het al gedaan heeft. Gelukkig is het niet moeilijk om ze bij te houden, als je er een vaste gewoonte van maakt.

Vastleggen op het moment zelf

De belangrijkste regel is: schrijf het meteen op. Niet later, niet op het einde van de dag, want dan ben je het al vergeten. Houd een klein schrift of een notitie op je gsm bij de hand en noteer in een paar woorden wat je hebt beloofd en aan wie. Dat kost enkele seconden en voorkomt veel gedoe en misverstanden, zowel voor jou als voor de ander.

Kijk op het einde van de dag naar je notities en zet de beloftes in je agenda of takenlijst. Geef er waar mogelijk een moment aan. Beloofde je morgen, dan zet je het morgen in je agenda. Zo wordt een woord op de gang een echte afspraak met jezelf, en zie je op een rustig moment hoeveel je eigenlijk hebt toegezegd, zodat je kunt bijsturen.

Beloof niet meer dan je kunt waarmaken. Soms is het beter om te zeggen dat je niet zeker weet of je er morgen aan toekomt, maar dat je het vrijdag laat weten. Een duidelijke, haalbare belofte is veel waard. En wat je niet kunt doen, kun je beter meteen zeggen dan laten aanslepen, want een eerlijk neen geeft de ander de kans om iets anders te regelen.

Loop een keer per week je notities na. Wat is gebeurd, wat staat nog open? Meld het bij de betrokkene als iets langer duurt. Een kort bericht is genoeg. Wie zijn kleine beloftes bijhoudt, bouwt aan vertrouwen zonder daar veel voor te doen, en werkt bovendien met een rustiger hoofd, omdat hij niet meer bang hoeft te zijn dat er iets tussen wal en schip valt.